maandag 14 oktober 2019

Een "to do list"voor de winter

Ruim 2 weken na OMG2019 belt John met de mededeling dat hij een aantal lange proefritten gemaakt heeft met de Jeep en dat ik haar kan komen halen. Hij heeft er vertrouwen in.We maken een afspraak voor vrijdag maar het weer is overal voor de zoveelste keer zo slecht (wie nu nog praat over droogte sla ik op zijn.....) dat ik het uitstel naar zondag want dan is de verwachting goed.
Op zondag rijd ik samen met mijn lief in druilerig (zucht) weer naar Brabant waar ze mij voor de deur van Johnnies garage afzet.
John weet van geen stoppen want hij staat er op dat we het toespoor van de auto nog even professioneel afstellen. Daarna start hij de motor die loopt als een naaimachientje. Ze is afgesteld met de stroboscooplamp en het toerental is met de meter er bij op 600 toeren afgesteld. Ze heeft nog nooit zo mooi gelopen. En tussendoor heeft John de bumper gerepareerd en zelfs voorzien van origineel eikenhout.


We maken een rondje om de auto en onder de motorkap terwijl John me ondertussen een "to do" lijst voor de wintermaanden laat noteren met klussen die variëren van piepkleine handige dingetjes zoals het op juiste wijze monteren van de motorkap beugels tot grote klussen als vervanging van een fuseehuis.
Over de beugeltjes: die hebben niet voor niets een zodanig vorm dat ze na het openen van de kap opzij vallen. En inderdaad, als ik mijn kap open vallen ze altijd richting motor wat niet handig is als de kap gesloten wordt. Wist ik veel.

nu op de juiste wijze gemonteerd
   Maar goed, de To Do list is bepaald niet kort. De komende winter ga ik:


  • 1 schokdemperplaat vervangen omdat ie slecht gerepareerd is.
  • linker koplamp opnieuw vastzetten.
  • nieuwe rubbers aan een aantal schokdempers monteren.
  • het fuseehuis RV vervangen.
  • de voorste remtrommels omwisselen zodat de wielbouten de juiste kant op draaien.
  • remmen opnieuw afstellen.
  • handrem afstellen.
  • uitlaat beter vast zetten. (zit los en lekt)
  • 1 van de asjes van het koppelingspedaal vervangen.
  • de brandstofleiding bij het rechter spatbord opnieuw vast zetten.
  • de bestuurdersstoel verplaatsen. (was ik door Chris al op gewezen)
  • de bijrijdersstoel verhogen of vervangen voor het juiste exemplaar.,
  • na het vervangen van het fuseehuis weer het toespoor doen. 
  • nieuwe snelheidsmeter monteren.
  • eindelijk de gasmeter aan de praat krijgen (moet in de sensor zitten)
  • de oliemeter vervangen. 
Als we om 11.00 uur samen een proefrit maken met John achter het stuur, schopt ie naar eigen zeggen de Jeep even "flink onder de kloten" en inderdaad, we gaan als een raket. Ik zit daarbij voor het eerst op de bijrijdersplaats en begrijp nu waarom mijn lief mij al een paar keer gevraagd heeft om zij-straps te monteren zodat ze zich een beetje vast kan houden.

En dan, om 12.00 uur, terwijl de zon doorbreekt en het inderdaad stralend weer wordt, vertrek ik naar het noorden. Ik heb mijn Garmin mee, ingesteld op "vermijd snelwegen" en "neem kortste route" zodat ik kruip-door-sluip-door naar Friesland rijd. 
Maar eerst rijd ik naar Zaltbommel om een schep te halen die ik voor heel weinig op Marktplaats heb gekocht.
begin van de restauratie
Vanaf John naar Zaltbommel is 27 kilometer maar binnendoor doe ik er langer dan een uur over, ook omdat ik bij Lith gelijk de veerpont op gestuurd word. Maar ik geniet met volle teugen. 


Mijn Garmin geeft aan dat ik bijna 80km per uur rijd als ik even het pedaal in trap en zo hard heeft mijn Jeepje volgens mij nog niet gereden maar omdat ik kriskras door Nederland rijd doe ik er de hele middag over. 
Van Zaltbommel rijd ik naar Beneden Leeuwen en ga daar de brug over, vervolgens door het Land van Maas en Waal en de Betuwe naar de volgende veerpont en daarna bij Rhenen de Veluwe op. 
Het is (in Oktober!!!) 26 graden en ik zie overal mensen in T-shirt wandelen en fietsen. Ik kan het niet beter treffen. 
Van Rhenen rijd ik via Otterlo en Vaassen naar Zwolle en daarna door naar Giethoorn. De Jeep geeft onderweg geen krimp en rijdt voortreffelijk. Ook als ik voor het eerst Shell V power tank omdat daar maar 5% ethanol in zit. Bij Giethoorn trek ik uiteindelijk mijn jas aan omdat de lucht begint te betrekken en als ik bijna thuis ben (nog 10 kilometer van de ruim 300) begint het een beetje te spetteren. Om 18.30 uur rijd ik de oude dame uiteindelijk probleemloos de garage in. 
Het was een geweldige proefrit met een probleemloos draaiende motor. Prioriteit is echter wel de uitlaat want die maakt wel heel veel herrie om nog maar te zwijgen van de vele bijgeluidjes en resonanties overal uit de carrosserie. 
De volgende dag doe ik een paar hele kleine klusjes in de wetenschap dat ik de komende winter best veel te doen heb. Maar eerst kom ik eindelijk mijn lief eens tegemoet: de komende weken ga ik de bovenverdieping van het huis verbouwen. Ook leuk (mmmm)  

woensdag 2 oktober 2019

OMG2019. Feest en pech.

Maandag voorafgaand aan OMG breng ik de Jeep naar John om de vrijdag daarna samen met hem de stuurinrichting in orde te maken en hem nog een keer na te kijken. Per slot van rekening hebben we een zeer actief weekend voor de boeg en dan moet de oude dame betrouwbaar zijn.
In de loop van de week kan John het niet laten om al even hier en daar zijn licht te laten schijnen en ik word niet vrolijk van zijn bevindingen: Het rechter fuseehuis zit lang niet voldoende vast en dat is levensgevaarlijk. Met kunst en vliegwerk zet hij het huis weer vast maar komende winter wordt het vervangen voor een nieuwe een belangrijke klus.

Donderdag rijd ik met de camper, mijn lief en de hond naar de camping die perfect vlak naast het basecamp ligt. Ik ben op de camping bepaald niet de enige die vanwege OMG komt. Verderop staan 4 grote tenten vol internationale re-enactors en om me heen staan een Staff car, 2 Dodges WC en een aantal Jeeps.
Vrijdagochtend vroeg rijd ik met de camper naar John en sleutel met hem het grootste deel van de dag aan de Jeep. John is (terecht) kritisch. De kleppen staan bepaald niet goed afgesteld en er zit 1 klepveer op de kop. De grootste olielekkage komt uit het kleppendeksel en uit een (nieuwe) olieleiding. De bouten van de bladveren zijn (weer) los gegaan. Die heb ik kennelijk lang niet strak genoeg aangedraaid. Onder de auto mist een kabel met een moeilijke naam die ervoor moet zorgen dat het blok niet verschuift (?) en de vrije slag in het stuur is om te huilen. Ook ontdekt hij dat een paar rubbers van de schokdempers nu al stuk zijn. Ik moet bekennen dat ik die vernield heb bij de installatie omdat ik de splitpen er niet doorheen kreeg. Daar is dus speciaal gereedschap voor. Wist ik veel. Weer een klus voor de winter.
Om 16.00u zijn we tenslotte klaar en kan ik eindelijk met mijn (nu perfect sturende) Slatje naar de camping en daarna voor de allereerste keer naar basecamp waar Chris en zijn KTR maten al zijn. S'avonds staan de beide Slatjes, die van Chris 10 dagen ouder dan die van mij, gezusterlijk naast elkaar.


 De volgende dag maken we met 3 Jeeps een lange rit in de omgeving waarbij mijn Jeep ook voor de allereerste keer het terrein in gaat en ik de 4x4 moet gebruiken. Dat had ik tot dan toe niet gedurfd uit angst dat ik met versnellingsbakproblemen in Arnhem zou stranden maar John heeft de bak gecontroleerd en goed bevonden. En inderdaad, de tussenbak doet het feilloos. En dat niet alleen, ook de motor loopt als een zonnetje.



S'avonds ga ik even terug naar de camping en krijg van de campingbaas het verzoek om een ritje te maken met 2 jonge knapen op de camping die speciaal voor OMG zijn gekomen. Zij durven het echter niet te vragen. Uiteraard wil ik dat en even later rijden we met ons drieën naar basecamp waar ik de jongens een rondleiding geef. Als ik ze weer terug breng naar de camping zitten ze helemaal te glimmen en de reactie van 1 spreekt boekdelen: "meneer, ik vind dit zo mooi, ik zit helemaal te trillen". Daar doe je het toch voor?
Maar onderweg terug naar basecamp begint de motor van de Jeep te storen. Hij houdt in. Daar word ik doodziek van want morgen is de grote dag. Het is al in de avond en ik wil John niet meer storen. (dat bepaal ik zelf wel zegt hij als ik het hem later vertel) maar gelukkig zijn er voldoende monteurs op de camping om me te helpen. Binnen een half uur hebben we de condensator weer vervangen omdat die een beetje los zat en daarna loopt de dame weer uitstekend. Om 20.00u is het dan eindelijk tijd voor BBQ


Dan zondag, de grote dag. Wat een ongelofelijk feest! Om 07.00u stellen we ons in rijen op en vertrekken vanaf basecamp voor de feestelijke tocht. En wat voor tocht! Vanaf 07.00uur staan de mensen rijen dik langs de weg.
De eerste 10 kilometer schieten we nog redelijk op maar daarna is het de rest van de dag file rijden door een menigte mensen. 


De eerste uren gaat het prima maar tegen het einde van de ochtend, als we meer stilstaan dan rijden, begint de motor te stotteren en slaat plotseling af. Nog voordat ik kan vloeken en uit de auto stappen roepen de vrienden van Chris al dat ze me gaan slepen en 1 minuut later word ik door een Ford GPW voortgetrokken. Ik baal want zo had ik me OMG niet voorgesteld.
Gelukkig is het een half uur later pauze en staan we langdurig stil voor de lunch. Tijd voor de monteurs om de kap te openen.


Het euvel is binnen 5 minuten gevonden. Een los getrilde schroef uit het junctionblok in het schutboard waardoor de plus draad naar de bobine stoort. Als ik daarna de motor start loopt de auto weer uitstekend en kunnen we weer verder. Nou ja, verder, we staan meer stil dan dat we rijden maar het geeft niks, het is feest, smoordruk en 26 graden. Wat kan een mens nog meer wensen?

Ja! ik koop ook een soort van origineel uniform volgend jaar. 

De auto houdt het goed al zit ik soms met samengeknepen billen want tegen het einde van de route begint de motor weer regelmatig te sputteren. De hond trekt zich echter nergens iets van aan. (al heeft ie het wel warm)


Als we Nijmegen binnen rijden zie ik langs de weg meerder uitgevallen auto's met de motorkap open. Een dame vertelt me dat ze minstens 6 auto's heeft gezien die gesleept werden. Mijn dame heeft het dus goed gedaan. (al is mijn bumper wel zwaar beschadigd. Slepen zonder houtblok in de bumper is geen goed idee. Weer een winterklus)
In Nijmegen showen we de auto's nog even aan het publiek om daarna 40km terug te rijden naar basecamp.

Dat is voor veel auto's helaas een brug te ver. We staan 2 uren in de file met dagjesmensen en nu zie ik de ene na de andere auto met pech uitvallen. Mijn Jeep loopt ook al lang niet meer lekker. Het is alsof er steeds een cilinder overgeslagen wordt. Maar ik haal de camping na een prachtige dag.
Nu de terugreis nog.

S'nachts gaat het keihard regenen en staat mijn Jeep onbeschermd naast de camper. Ik heb nog geen goede hoes. De volgende dag besluit ik om 07.30u toch een andere bobine te monteren omdat het euvel lijkt op wat ik eerder had. Het helpt echter niets. Met pijn en moeite rijd ik terug naar basecamp waar Chris en zijn vrienden nog staan. Die constateren geen vonk bij cilinder 3 en raden aan om in ieder geval de bougie te vervangen. Gelukkig heeft 1 van hen nog een reserve bougie en na wisseling doet de motor het zo goed dat ik afscheid neem van mijn lief die met de camper terug gaat naar Friesland.
Ik ben helaas de camping nog niet af of de motor stottert alweer. Ik kijk weer alles na en druk de kabels goed aan waarna de motor het weer goed doet. En zo rijd ik met behulp van Google maps, Vermijd snelwegen!!!! richting noorden.
Na 5km word ik echter de verkeerde kant op gestuurd en voor ik het weet zit ik toch op de snelweg. En dat niet alleen, ook nog de verkeerde kant op. De auto doet het goed maar ik besluit toch maar weer de snelweg af te gaan. Ik ben echter niks opgeschoten en sta weer in Veghel. Daar begint de motor weer te stotteren en richting de stad waar John woont (achteraf een geluk bij een ongeluk) slaat de motor 3x af. Zo kan ik niet verder en ik bel John die mij de opdracht geeft de auto bij hem voor de deur te zetten. Dat doe ik en bel daarna met mijn lief die inmiddels al in Emmeloord is. Zij keert het schip en haalt me op. Eigenlijk een grote domper na een mooi weekend. Maar een weekend dat ik voor geen goud had willen missen. (en dank aan alle vrijwilligers!!)

We zijn nu ruim een week verder en John is al 2 avonden bezig geweest de storing op te sporen. Ik houd af en toe contact met hem. Hij heeft alle elektrische delen getest en vervangen en pas na een paar dagen het vermoedelijke euvel ontdekt. Op de een of andere manier is mijn stroomverdeler niet origineel MB want de revisie contactpuntjes passen er niet in. Maar waarschijnlijk zit het nog dieper in de verdeler en daarom heeft hij de complete verdeler gereviseerd. Bij het laatste app contact vertelde John dat de motor weer feilloos liep. Ik heb hem echter gevaagd om een zeer lange testrit te maken. Eerder wil ik de auto niet terug.
Wordt vervolgd.






zondag 8 september 2019

Kinderziektes

Pffffffff, het zit allemaal niet mee en de tijd tot OMG begint te dringen. Met de dynamo loopt het echter goed af. Die heb ik na een dag al terug. Jappie heeft de koolborstels vervangen omdat van 1 de draad gebroken was. Die was volgens hem verkeerd gemonteerd waardoor ie in de verdrukking was geraakt. Verder zag de oude Auto Lite er prima uit.

Demonteren kostte 15 minuten, monteren 2 uur. Ik lig 2 uur onder de auto. Mijn monteursbed kan ik niet gebruiken omdat ik dan met mijn neus niet meer onder de auto pas maar ik moet er onder liggen omdat ik 2 handen nodig heb om de grote ringen tussen beugels en rubbers te plaatsen. Na 2 uur heb ik het eindelijk voor elkaar en heb de rest van de avond overal spierpijn.
Maar goed, de Jeep doet het weer en hij laadt nu hartstikke goed. Dat geeft me moed om iets langere ritten te maken en ik besluit om op zondag naar mijn stokoude moeder te rijden. Die heeft als 15 jarig meisje in 1945 in een Jeep gereden toen haar nicht verkering had met een Canadees. Die kwam haar steeds ophalen met de Jeep en dan mocht mijn moeder vaak mee.
Maar ik ben nog geen 10 kilometer onderweg of de motor begint te stotteren en uiteindelijk houdt ie gewoon, bovenop een stille dijkweg, op. Ik bel John die mij stap voor stap door de storingen helpt en ik ontdek na demontage van de verdelerkap dat de kabel in de bobine los zit. Nadat John me belooft morgen gelijk wat reserveonderdelen te sturen voor het geval dat... rijd ik door naar moeders. Die vindt m prachtig en ik breng haar in de rolstoel naar de auto voor een walk around. Ze zegt dat ie kleiner is dan in haar herinnering maar dat is dan ook 74 jaar geleden.

Vanuit het raam van haar bejaardenflat maak ik nog even een mooie statiefoto voor ik weer naar huis ga.

Als ik instap en weg rijd duurt het nog geen 5 minuten of de motor begint opnieuw te sputteren en houdt op. Ik doe wat John vertelt heeft maar ontdek geen gekke of losse dingen. Ik maak de rotor en de verdelerkap aan de binnenzijde goed schoon en daarna start de motor weer en rijd ik probleemloos 30km naar huis. Maarrrrrr.....het is niet leuk. Niet goed dat ie in 1 rit 2x stopt.

Dinsdag ontvang ik wat spullen van Staman en begin met het monteren van een nieuwe verdelerkap. De avonden daarna rijdt de auto goed tijdens korte ritten dus op mijn vrije vrijdag besluit ik weer een lange rit te maken. Ik ken de route goed en rijd, tegengesteld, het zuidelijke deel van de elfstedenroute, 100km.
De eerste 50km gaat geweldig en maakt de motor geen misse slag. Het weer is dreigend maar het blijft droog. Het enige waar ik me dood aan erger is dat mijn splinternieuwe canvas kap van John en Mary steeds losraakt aan de bovenzijde van het raam. Ik snap nu waarom in 1942 de kaapstanders in dat raam werden vervangen door een ander model. Dat is dus een nadeel van zo'n oude Slat. Maar goed, ik wilde zo'n oude.
In het Rijsterbos houd ik even pauze want de zitkussens zijn nou niet echt van Recaro kwaliteit.

   
Kennelijk was 50 kilometer precies genoeg voor de oude dame want na de pauze gaan er wat dingen mis. Allereerst houdt mijn snelheidsmeter ermee op. Geen idee hoe dat kan. Kabel en meter zijn nieuw en werken gewoon mechanisch.

Daarna, rijdend richting Balk/ Sneek begint me op te vallen dat mijn oliedruk langzaam terug loopt. Tijdens de eerst 50 kilometer was de druk steeds rond de 50 maar nu zie ik dat ie zakt naar 40 en als ik het gas los laat richting 20. Dat vind ik verontrustend want ik leg verband met de olielekkage uit mijn carter. Misschien lek ik wel als een mandje. Het rijden wordt nu minder leuk en als voorbij Sneek in de laatste 30 kilometer de motor af en toe begint in te houden en de auto niet harder wil dan 30 mijl begint het zweet me uit te breken en ben ik blij als ik uiteindelijk thuis de oprit op rijd.
John vertelt me dat ik me niet ongerust hoef te maken vwb de oliedruk. Dat vindt hij vrij normaal bij een oude ongereviseerde motor. Belangrijk is dat de oliedruk reageert op gas geven en, nog belangrijker, er zit ruim voldoende olie in het systeem. Maar toch is het weer niet leuk dat de motor inhoudt. John denkt aan vuil in de carburateur maar raadt me eerst aan de rotor te vervangen. Verder doe ik even niks want de carburateur is gerestaureerd en perfect afgesteld door Olaf en daar blijf ik liever af.
Als ik de snelheidsmeter demonteer ontdek ik dat de kabel is afgebroken ter hoogte van de meter.
Kennelijk is het binnenwerk van splinternieuwe speedo vastgelopen waardoor de staalkabel is afgebroken. Qua kosten is dit garantiewerk voor Staman maar ik moet wel weer een tijd onder de auto liggen om de kabel in de aandrijfas te wrotten. 

Ik wil OMG absoluut niet missen en ook zonder speedo kan je rijden dus als zondag het weer redelijk is besluit ik het risico te nemen en de noordelijke helft van de EST route te rijden, 120km via Dokkum en Bartlehiem.
Nou, dat haal ik niet. De eerste 30km gaat prima. Ik rijd mee in een stoet Fiatjes 500 en kan hen makkelijk bij houden maar voorbij Minnertsga begint de motor te sputteren. Vooral als ik gas geef in de 2e en 3e versnelling knettert de motor en houdt ie een beetje in. Na St Anna wordt het zo erg dat ik een boerenweggetje in rijd en (hij moet doodmoe van me worden maar laat niets merken) bel Johm voor advies. Hij denkt weer aan vuil in de carb en raadt me aan de carburateur flink vacuüm te trekken door mijn hand er bovenop te leggen nadat ik de hoed van het luchtfilter verwijderd heb. Op die manier, met vacuüm en flink toeren, hoopt hij dat ik het vuil uit de carb trek. Dat lukt echter niet want de motor slaat af en wil niet meer aan.
Ik ben er inmiddels schijtziek van en bel mijn lief om mij met de Renault op te komen halen. Dat duurt echter een hele tijd en tijdens het wachten start ik de motor nog 1 keer.
En hij loopt!! En dat niet alleen. Als ik terug rijd naar huis met mijn lief achter me aan, loopt de motor als een zonnetje. Schiet mij maar lek.
S avonds vervang ik ook het laatste deel van de elektronica en zet een nieuwe condensator in de stroomverdeler.
Maar ik baal als een stekker. Over anderhalve week moet ik 275 kilometer rijden naar basecamp en dat durf ik niet aan. Ik overleg met John en met mijn zwager en we besluiten dat ik de Jeep volgende week op een ambulance naar Johnnies garage breng zodat ik hem samen met hem na kan kijken. Ik ben dan nagenoeg in Schijndel en hoop dan in het weekend van OMG met een betrouwbare, nagekeken Jeep te kunnen rijden.




maandag 26 augustus 2019

Voorspoed en tegenslag

Op de dag dat ik mijn kentekenplaten op kan halen verzeker ik de auto. All risk dus moet de taxateur weer komen. Die is in februari geweest toen de carrosserie nog niet op de auto zat en toen was hij erg enthousiast. Nu weer, want als hij op bezoek komt voor de tweede taxatie heeft ie een cameraman mee van de omroep SudWest Fryslan. Ik had er nog nooit van gehoord waarop de beide mannen nogal beteuterd keken. Maar tot mijn verdediging kon ik naar waarheid zeggen dat ik al twee en een half jaar onder mijn auto lig.
Volgens de taxateur is mijn Jeep veruit de mooiste en meest unieke van de ruim 30 die hij in zijn bestand heeft en ze willen er graag een item aan besteden in hun programma "Autogek TV" Ik vind het prima want ouwehoeren over mijn Jeep is ook mijn hobby.
De taxateur taxeert de auto daarna voor een bedrag dat echt aan de bovenkant van de markt zit. Dat komt door de originaliteit en de zorgvuldigheid waarmee ie is gerestaureerd. En natuurlijk vooral het feit dat het een Slattie is.
En al zeg ik het zelf, hij is, terwijl ie nog niet af is, gewoon mooi! Ik krijg ook nogal wat bekijks en thumbs up als ik de avonden daarna ga proefrijden.








Al vanaf het moment dat ik de Jeep gekocht had heb ik een paar dingen in mijn hoofd gehad die MOETEN.  Op de bumper komen tzt de initialen van mijn overleden zwager die mij het sleutelen heeft bijgebracht, ik heb al een bijnaam in mijn hoofd en vanaf het begin wil ik een Jerrycan op de rechter treeplank. Maar daarvoor moet ik in de gave body boren dus besteed ik avonden en avonden aan het bestuderen van originele foto's. Ook lees ik een topic op G503 wat over dit onderwerp gaat.
Het komt er eigenlijk op neer dat de Jerrycans op de zijkant er op allerlei manieren op zaten, Verreweg de meeste als een frontmodificatie. G503 waarschuwt wel dat het in- en uitstappen een stuk lastiger wordt en dat het raam in de weg kan zitten. Met dat in het achterhoofd kies ik voor schuin naar voren en tussen elk van de 4 bevestigingsbouten een afstand-ring. Hij zit nu muurvast en stoot niet tegen het raam.



Ik ben nu iedere avond aan het proefrijden want ik wil in het tweede weekend van de herdenking van Arnhem, OMG 2019, op eigen kracht 276 kilometer rijden naar het basecamp in Schijndel waar ik een uitnodiging heb om bij Chris en zijn vrienden in de tent te slapen.
Ik moet dus kilometers maken om de kinderziektes er uit te halen.
Na 2 ritten merk ik dat onder de motorkap iets een beetje olie lekt want rondom de bobine is het vies en vet. Ik denk eerst dat de olievuldop een beetje lekt en tape de kleine opening af. De dag erna ontdek ik dat het de bobine zelf is die lekt.


John had me al gewaarschuwd. Als de oude NOS Marechal bobines niet goed zijn opgeslagen worden ze onbetrouwbaar en gaan ze lekken. Ze kunnen zelfs exploderen. Ik los het probleem op  door een andere NOS te monteren en een Bosch bij Staman te bestellen.
Maar goed, al met al gaat het rijden prima. Na een paar avonden staat de teller op 100 mijl en maak ik plannen om op mijn vrije dag in de stralende zon de route van de fiets elfstedentocht te rijden. 240 kilometer over het platteland. Ik heb er zin in. De avond ervoor pak ik voor de zekerheid een gereedschapskistje in en wat vloeistoffen want je weet nooit. Ook besteed ik aandacht aan de mode. Je moet er toch een beetje militair uitzien nietwaar?
De volgende ochtend om half 10 staat mijn lief op de drempel om me uit te zwaaien. Ik druk het startpedaal in en......niets. Dood!

De rest van de dag sta ik, met telefonische adviezen van Johnny, in de brandende zon te sleutelen. Ik kan wel janken. In eerste instantie lijkt het de startmotor want bij oppervlakkig meten lijkt die dood.
Maar als ik hem er uit heb doet ie het prima.

Ook met het startpedaal is niets mis. Ik monteer de hele rambam weer en ben het spuugzat. Het zou nu de dynamo of de regelaar kunnen zijn temeer daar ik mij herinnerde dat ie van de week ook al een keer slecht startte.
Na een nacht aan de lader meet ik 6.6V en start de motor uitstekend. Daarmee is een kapotte startmotor uitgesloten. Ik merk wel dat de accu niet bij laadt. Ook branden de lampen niet feller als ik gas geef. En als ik de dynamo rechtstreeks meet geeft ie 0 volt.
Voor de zekerheid controleer ik ook de splinternieuwe electronische regelaar. Maar ook die is goed. De zekering is goed en ach, daar kan eigenlijk niks mis mee zijn.
Dit in tegenstelling tot de Auto Lite dynamo die ik na aankoop zonder testen of revisie geïnstalleerd heb. De volgende dag haal ik m er uit en maak een afspraak met Jappie de Boer in Leeuwarden die ook mijn startmotor heeft gereviseerd.
In de tussen tijd doe ik wat hele kleine klusjes. Het is namelijk veel te warm om veel te doen.
Ik monteer de luikjes van de bergplaatsen in de wielbakken en monteer de allerlaatste bond straps.


Bij een Slat moet dat andersom

Ik vind in de oude-onderdelen-bak een mij bekend voorkomende strip. Die heb ik 2 jaar geleden gedemonteerd en in de verf gezet. Hij dient om het paardenhaar van de air-deflectors vast te houden. Nu kan ie er weer op.


Ik hoop aan het einde van de week weer te kunnen rijden want de auto moet goed zijn als ik naar Arnhem ga. Mijn lief is inmiddels ook erg enthousiast en kan niet wachten om mee te rijden dus op een avond boekt ze een camperplek op een campinkje in Schijndel. Dat betekent dat ze nu eindelijk ook eens moet rijden in de camper dus op zondag geef ik haar les en stuur ik haar gelijk de met watersporters en open bruggen gevulde binnenstad van Harlingen in. Ze geeft geen krimp. Dat komt goed. Zin in OMG!




zondag 18 augustus 2019

The day after

De dag na de keuring merk ik de gevolgen van de stortbuien op de keuringsdag. Mijn richtingaanwijzer tikt onophoudelijk terwijl ie niet ingeschakeld is. Ik haal dus de stoel er weer uit om voor de zoveelste keer onder het dashboard te duiken. Ik vermoed dat de clignoteur-regelaar nat is en bestel on line 2 nieuwe. Maar als ik die monteer is het euvel niet verholpen. Ik demonteer dus de schakelaar die vlak onder het dashboard zit en als ik die op de kop houd loopt er een straaltje water uit.
Bij een scheepsartikelen winkel in Harlingen haal ik een nieuwe die spatwaterdicht is en met hulp van een krimpkous maak ik m 100% waterdicht.
Als ik de jeep de garage uit duw om in het daglicht te werken merk ik ook dat ik links voor een lekke band heb. In de garage waar ie gerepareerd wordt blijkt er een gaatje in te zitten. Kan gebeuren.

Terwijl ik wacht op mijn kentekenbewijs doe ik een paar kleine klusjes waaronder de reparatie van de originele brandblushouder. Die moet er namelijk op omdat ik daarna aan dezelfde rechter zijkant waar ik hem ook heb gedemonteerd, een Jerrycanhouder wil monteren.




De Jerrycanhouder is volgens mij ook origineel en zat met nog een andere op de achterzijde van de Jeep toen ik hem kocht.

Op de kar in San Jose 2016

Het is mijn allerlaatste vieze klus en ik doe het met liefde. Onder het zwart zit de originele verf maar omdat ik weet hoe roestgevoelig het ding is zet ik hem goed in de Rust O Leum.


De Duitse Jerrycan past perfect. Die heb ik jaren geleden gekocht en is in zeer goede staat. De man waar ik hem van kocht had hem gelukkig nooit overgeschilderd en hem (heel goed) alleen maar in de blanke lak gezet om roest te voorkomen. Ik vind het een mooi detail op mijn Slattie en het mag: de eerste series door de geallieerden gekopieerde Jerrycans waren zo slecht dat de soldaten buitgemaakte Duitse exemplaren gebruikten.


Ik merk alleen dat de Jerrycan tegen mijn raambeugel stoot. Op G503 lossen sommigen dat op met een modificatie van het Griekse leger, een soort van afstandbeugel. Ik weet niet of ik die wil gebruiken. Daar wil ik eerst maar eens met Staman over praten.

Toch moet de Jerrycan er wel op want ik krijg eindelijk informatie van OMG 2019. Omdat ik zelfstandig naar het basecamp in Schijndel wil rijden (275km binnendoor) moet de auto betrouwbaar zijn en geschikt voor lange ritten en dan wil ik reservebenzine bij me hebben.

Als mijn kentekenbewijs in de bus ligt bestel ik gelijk kentekenplaten en ga aan de slag met het euvel dat me het meeste ergert: de scheve stand van de Jeep.

Ik heb nog een paar oude bladveren liggen en daarvan gebruik ik de 2 langste bladen om mijn eigen bladveer te versterken. Een oude camper expert heeft me geadviseerd om de langste bladen te gebruiken maar ze zijn helaas niet lang genoeg om de langste 2 van mijn bladveer beter te ondersteunen. Toch monteer ik ze wel en maak zelf 2 stroppen. Niet 4 want mijn reserve stropjes hebben niet de juiste maat.



Ik maak een soort blad model 1945 met 11 bladen waardoor het blad in totaal 11mm dikker wordt. Dat scheelt al iets. Dit houtje touwtje blad monteer ik daarna onder de linker zijkant. Het resultaat is bevredigend maar nog lang niet voldoende. De Jeep staat inderdaad 11mm hoger en zakt iets minder door maar nog steeds te veel. Ik weet nu echter wel dat een "echte" bladveer met 11 bladen echt wel zal helpen.

Als ik het blad gemonteerd heb is de zon doorgebroken en besluit ik, ondanks dat ik nog geen platen heb, lekker een stuk te gaan test-rijden. De auto heeft zijn kentekenpapieren en is verzekerd dus veel overtredingen maak ik niet.
Ik merk geen gekke dingen aan de achterzijde en zeker geen verschil tussen 9 bladen rechts en 11 bladen links.
Verder rijdt de auto voorbeeldig. Als ik het stuur loslaat blijft ie keurig in het spoor en alle metertjes geven precies aan wat ze moeten aangeven: de oliedruk is prima, de temperatuur goed en de ampèremeter staat ietsje boven 0.
Ik rijd 45km achter elkaar zonder een centje pijn. Ik merk wel dat mijn motorcompartiment een beetje vies wordt. Hier en daar zitten druppels olie tegen de binnenkant van de motorkap. Volgens mij komt dat door de (eerste model) olie vuldop die niet helemaal goed sluit. Dat verhelp ik voorlopig met een stukje ductape.


Ik kan het niet laten en ga s'avonds weer rijden. Arnhem: here we come!






woensdag 7 augustus 2019

De grote dag: keuring bij de RDW

Ik kan de Willys in de camper redelijk van me af zetten maar tegen het einde van de vakantie begint het toch weer te kriebelen en begin ik te piekeren over alle tips en waarschuwingen die ik van iedereen heb gekregen. Thuis ruim ik als een haas de camper op omdat ik nog maar een paar dagen heb om de Jeep helemaal keuringsklaar te maken.
Ik volg het advies van Chris en monteer met een zuignap een binnenspiegel en op advies van Joop Staman kies ik de goedkoopste oplossing voor de kentekenplaatverlichting: een LED fiets-koplampje op batterijen van 4 euro bij de HEMA. Om het er toch iets te laten lijken spuit ik hem groen. Ik bevestig hem houtje touwtje aan een bestaand gat in  de bumper.


Op zondag is het prachtig weer en, heel bijzonder hier aan de kust, vrijwel windstil. Ik ben drie uren bezig om de hele Jeep af te plakken en spuit daarna in 20 minuten de hele Jeep groen mat01. (Ik had trouwens niet verwacht dat 1 keer spuiten met zwaar verdunde verf gelijk een hele liter verf zou nemen.) 
Hoewel het tzt nog minimaal 1 keer over moet is het resultaat best mooi.







Dinsdag haal ik na mijn werk de auto transporter op. Ik durf namelijk niet morgenochtend om 06.00u zelf de 56 kilometer naar Heerenveen te rijden. Als de auto er onderweg om wat voor reden dan ook mee stopt gaat mijn hele keuring niet door en kost me dat 200+ euro. Daarnaast heb ik al met al in de afgelopen maanden nog maar 30 mijl gereden dus echt getest is ie nog niet.

S'avonds maak ik de bevestiging van de bekleding zo goed mogelijk af. De telefonische helpdesk van de RDW heeft me namelijk verteld dat de auto moet zijn voorzien van bekleding. Dat het met Ductape vast zit maakt hen niet uit. Het zitkussen van de bestuurdersstoel is even een klusje omdat de hele stoel er weer uit moet om de 5 boutjes aan de achterzijde te bevestigen. De andere kussens gaan daarentegen heel makkelijk.

zitkussen achterbank
Volgens de instructies van John and Mary
Het enige kussen dat ik met ductape vastzet is het rugkussen van de bijrijdersstoel omdat daar geen gaatjes in zitten. Die klus wil ik niet afraffelen.



Hoewel het weer nu nog mooi is, is de verwachting slecht en monteer ik voor de allereerste keer de canvas kap. Die is zo stug als leer en alleen met hulp van mijn jongste zoon krijgen we hem met veel moeite vast. De straps aan de achterkant passen niet. Dat zal wel goed komen als de hele boel na een paar regenbuien is opgerekt.



 En die regenbuien krijg ik! Als we de auto bij de RDW van de transporter halen stortregent het. Blij dat de kap nog enige bescherming geeft.

Dan de keuring!

Die duurt een stuk langer dan "even een rondje om de Jeep lopen en na 20 minuten weer weg"

Allereerst de papierwinkel. Had ik al verteld hoe blij ik ben met de schouw 2,5 jaar geleden? Dat helpt me nu in het proces. (na mij is een prachtige Harley Davidson Liberator aan de beurt voor de keuring. De eigenaar kijkt bij aanvang al heel verdrietig want zijn motor heeft geen VIN en hij krijgt gelijk commentaar) 

Omdat ook het framenummer moet worden ingeslagen tik ik 225 euro af hetgeen me nog mee valt.
De keurmeester is een hele aardige man die duidelijk plezier heeft in dit soort auto's. Eerst moeten alle gegevens worden opgezocht, nagemeten en ingevuld: wielbasis, spoorbreedte, aantal PK's en cilinderinhoud. Dat zoekt hij met Google op.
Ondertussen loopt hij steeds om de auto heen en vraagt me op een gegeven moment: "wat dat voor ding is". Ik antwoord dat dat de kentekenplaatverlichting is waarna hij erg moeilijk kijkt en bromt dat het veel handiger zou zijn als ik er 1 had met een draadje.

Vervolgens stapt hij met lamp en meetlint onder de auto om ook daar de assen op te meten en ondertussen hier en daar te voelen. Hij zegt niks. Geen nieuws, goed nieuws.

Omdat het rustig is bij de RDW krijgt hij gezelschap van keurmeester nummer 2 die met zijn neus onder de motorkap duikt. Gelukkig zegt ie daarna: "Zelf gedaan? Prachtig!"

Terwijl ik sta te babbelen met keurmeester 2 slaat nummer 1 mijn framenummer in de rechter balk. 111358, precies zoals het hoort.
De datum van 1e toelating wordt bepaald op 28 februari 1942. De RDW kent voor deze procedure 2 vaste datums (modeljaar): 28 februari en 30 september. Ik heb vrede met februari 1942 omdat in die maand de Slat nog steeds in productie was.

Daarna wordt het spannend. De auto moet op de remmentestbank en dat is ie nog niet eerder geweest. Ik heb de remmen op gevoel afgesteld. De voorste remmen hebben exact dezelfde remkracht. De achterste echter niet en mijn keurmeester kijkt moeilijk. Zijn collega; zegt echter dat dit misschien komt omdat alles nieuw is en misschien door wat vocht. Ik moet de remmen een hele tijd zachtjes ingedrukt houden en inderdaad, op een gegeven moment is de remkracht gelijk. Als ik daarna de rem vol intrap schieten de waarden beide kanten evenveel richting 2. Dan is de parkeerrem aan de beurt. Die heb ik na montage en 1x testen helemaal niet gebruikt maar ook die rem werkt feilloos.

Een paar meter verder moet ik voor de lampentest. De koplampen staan allebei veel te hoog. De keurmeester geeft me een Bahco en met behulp van het apparaat stellen we samen de lampen af. Maar daarna wordt het tricky: "Waar is je stadslicht?  Ik antwoord dat ik echt niet wist dat zo'n oude Jeep stadslichten moet hebben. Hij begint nu moeilijk te kijken en denkt nog eens diep na: "Beloof je dat je die gaat monteren? "JA"

Daarna mag ik naar de weegbrug. 980 kilo en vervolgens is de keuring om 09.40u klaar.

Als ik weer bij de keurmeester sta is hij de papierwinkel verder aan het invullen maar ook iets aan het nazoeken. Wat blijkt: er zijn nogal wat ontheffingen mogelijk voor de Willys MB.

Ontheffingen  zijn geregeld in het WVR, het Wegen Verkeersreglement. Voor de Willys is ontheffing mogelijk voor; kentekenplaatverlichting, stadslichten, dubbele remlichten, dubbele achterlichten, te dicht op elkaar staande lampen, deugdelijk werkende parkeerrem en nog een paar zaken die ik me nu niet meer herinner. (maar ze zijn op te zoeken in het WVR, vandaar dat ze niet op de website van de RDW staan)  

De keurmeester regelt gelijk ontheffing voor stadslicht en kentekenplaatverlichting wat tzt op mijn kentekenbewijs komt te staan. Daarna feliciteert hij me met de keuring.

In het na-gesprek dat ik nog even met hem heb vertelt hij me dat hij onder de auto heel goed heeft gekeken en heeft kunnen zien dat overal nieuwe onderdelen zitten, dat alles uit elkaar is geweest, dat alles schoon en ingevet is en dat er heel veel zorg aan de restauratie is besteed. Dat hele beeld heeft hem een heel positief gevoel gegeven.

Ik ga juichend naar huis. Is de Jeep nu klaar? John heeft me een tijd geleden al gewaarschuwd: als je denkt dat je klaar bent blijkt dat er toch zaken weer niet kloppen dus maak je borst maar nat.
En inderdaad: het eerste probleem dat ik op wil lossen is de scheve stand. Ik moet iets met de bladveren doen.
Maar nu eerst feest.